Politie opent jacht op YouTube-vuurwerkpiraten

Bijna herfst, tijd voor het jaarlijkse vuurwerk-offensief. De Nederlandse politie heeft de jacht op vuurwerkpiraten weer geopend. Op de nieuwe website van de Taskforce OVB zijn 130 video’s te vinden waarmee ‘iedere Nederlander bommenmakers uit zijn eigen buurt identificeren’. Want die bommen ‘kunnen namelijk vreselijk letsel veroorzaken’. Burgers mogen helpen bij de opsporing van die bommenmakers. De site bevat een interactief kaartje van Nederland. De makers van de videos, meestal jongens tussen de 15 en de 19 jaar, hebben al een e-mail gekregen met de opdracht hun filmpje van YouTube te halen. Rond 60% heeft dat inmiddels gedaan, schrijft het AD. Maar ook dan, kunnen makers van bommen nog vervolgd worden, waarschuwt de site.

Advertenties

Moeder vermoordt zoontje live op internet

In China was vorige week via een webcam te zien hoe een moeder haar tien maanden oude baby vermoordde/ De kijkers zagen hoe de moeder het jongetje wurgde, live, naar verluidt om wraak te nemen op haar echtgenoot en haar schoonmoeder. De vrouw belde zelf de politie en gaf zich aan.

‘Overheid moet oog krijgen voor orgaanshoppen’

Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, Corinne Dettmeijer, speelt internet een grote rol   in de illegale orgaanhandel en de uitbuiting van buitenlandse draagmoeders. Als gevolg van de mondialisering en de toegenomen internetdekking is het steeds gemakkelijker een orgaan te kopen of te bestellen. Dettmeijer verwacht dat ‘shoppen’ in organen ‘mogelijk groter is dan je zou denken en in ieder geval toeneemt’. Op internet circuleren advertenties voor nieren, maar ook andere organen, weefsels, bloed en zelfs eicellen. Opvallend is dat het ministerie van VWS ‘deze handel op dit moment niet als een probleem ziet’, aldus constateert Dettmeijer. ‘En dat zou wel moeten’, voegt ze daar aan toe. Internet is ook de reden dat commercieel draagmoederschap zo’n vlucht neemt. In landen als India, Oekraïne en verschillende Amerikaanse staten groeit het aantal klinieken waarin eicellen te koop zijn, tegen verschillende prijzen. Een Indiase draagmoederschap is goedkoper dan een Amerikaanse, wat de kans vergroot dat vrouwen worden gedwongen of uitgebuit. Dettmeijer pleit, in een net verschenen rapport voor een instantie die mogelijke gevallen van orgaanhandel registreert en voorlichting geeft aan wensouders die via internet een draagmoeder zoeken.

Justitie ontkent uitgelekt internetcensuurplan

Behalve over ‘Haren’ is er op internet ook discussie over een uitgelekt plan om extremisme te bestrijden door internetvrijheid te beperken middels het (door Nederland opgezette) EU-project Clean IT. Het plan bevat vergaande maatregelen om internet te surveilleren én te filteren op extremistische content. Ook een meldingsplicht voor internetbedrijven is genoemd. Maar in enkele voorstellen ontbreekt het wetgevend kader. Volgens Justitie is de ophef een storm in een glas water en is het stuk slechts ‘een intern discussiestuk’. Volgens Bits of Freedom is het echter meer: in het stuk staat dat er punten zijn waarover ‘een hoge mate van consensus’ is.

Loverboy via web opsporen lukt sporadisch

Het opsporen van loverboys via het web is slechts sporadisch succesvol, blijkt uit een documentaire (terugkijken kan hier) van Nan Rosens die een jaar lang meeliep met het loverboyteam van de RRD in Rotterdam. Het team probeert te achterhalen welke rol internet speelt bij het ronselen van meisjes maar die zoektocht is lastig. ‘Loverboys gebruiken zeker internet, maar doen dit steeds onder andere namen en met verschillende computers. Zo vind je ze nooit’, aldus Rosens. Debet daaraan is vooral het gebrek aan uitwisseling van gegevens tussen providers en de recherche. Privacyregels zitten de politie in de weg. ‘Probeer dan nog maar eens uit te vinden wie die henk86 is’. Een ander probleem is dat maar weinig meisjes aangifte doen.

Tweets verwijderen is ‘geen oplossing’

Ook het zwartepieten is al enkele dagen aan de gang. Politiebond ACP stelde al voor om tweets te (laten) verwijderen. Voorzitter Gerrit van de Kamp riep daar in het NOS-journaal toe op. Als de politie de tweets van notoire relschoppers had kunnen verwijderen, had het niet zo uit hand gelopen. ‘Gelukkig snappen anderen binnen de politie heel goed dat dat slecht voor de vrijheid van meningsuiting is én geen problemen oplost’, schrijft Rejo Zenger op zijn blog. Het gaat bovendien niet voorkomen ‘dat zo’n feest uit de hand loopt’ terwijl het wel een inbreuk is om iemands fundamentele ‘communicatievrijheid’. Zenger citeert tweets van Ruud Elderhorst, chef ‘digi’ in Haaglanden, die sprak over censuur. ‘Politiebond slaat plank behoorlijk mis’, twitterde Elderhorst. ‘Politie en bestuur moeten digitaliseren. Het is geen 1990 meer!’ Die tweet werd onder meer geretweet door de landelijk cybercrime-officier van Justitie …

Haren en sociale media

Uit alle hoeken en gaten komen ze gekropen, de (zelfbenoemde) internetanalisten, de sociale-mediagoeroes, de communicatie-experts en andere deskundigen. Gelukkig zit er zo af en toe een mening tussen die wel hout snijdt, zoals die van Sander Duivestein. Duivestein, van Sogeti, schreef eerder, samen met Jaap Bloem, over ‘de zwarte kant van sociale media’ en was ooit, in 2003, de ‘aanstichter’ van de eerste flashmob in Nederland. Hij vond het hilarisch. ‘Dat een stupide bericht van mijn hand wildvreemde mensen in beweging kon zetten’, deed hem de ogen openen voor de kracht van sociale media. En toen moest facebook nog opgericht worden … Duivestein verwijst in zijn analyse van ‘Haren’ onder meer naar Tom Scott, die op het Ignite Congres (London, 2010) liet zien hoe een flashmob ook slecht kan aflopen. Hoewel het verhaal fictief is, Scott heeft echte gebeurtenissen aan elkaar verbonden, waarschuwt hij. ‘De wereld staat over tien jaar op zijn kop maar jij ook’. Scotts ‘doemscenario’ werd in Haren werkelijkheid, aldus Duivestein. Een internetnieuwtje werd een hype, en later vooral door traditionele media opgeblazen tot enorme proporties. ‘De sociale media waren verantwoordelijk voor de virale verspreiding van het nieuws, de traditionele media legden op hun beurt een vergrootglas op het nieuws. Zodoende werd het onvermijdelijk dat gisteren een grote groep mensen naar Haren afreisden om daar een feest te vieren’. En daarmee waren rellen ook onvermijdelijk, zoals op @Wweijts al twitterde: ‘van socialemedia naar massamedia naar massahysterie naar totale idioterie’. Door sociale media veranderen mensen in ‘digitale ramptoeristen’. Zie de rellen in Londen (augustus 2011), waarover premier David Cameron al opmerkte dat de free flow of information zowel goed als slecht gebruikt kan worden. ‘When people are using social media for violence we need to stop them.’ Maar over hoe dat dan gestopt moet worden, lopen de meningen uiteen.
Overigens, schrijft Duivestein, na ‘London’ werden via de twitteraccount RiotCleanUp duizenden mensen gemobiliseerd om de straten op te ruimen. Hetzelfde is nu te zien met onder meer de facebookpagina Project Clean X, een gigapica bij GS en andere privéinitiatieven om relschoppers op te sporen. Opvallend, fascinerend eigenlijk, is dan weer dat de gemeente Haren dat facebookinitiatief vriendelijk naast zich neer heeft gelegd …

Arrestaties na opruiing via sociale media

In de dagen na ‘Haren’ werden al meerdere jongeren opgepakt voor het organiseren van lokale Project X feestjes. In Schiedam werden in totaal zeven jongeren aangehouden. Twee van hen (14 en 16) werden opgepakt voor opruiing. Ze hadden via sociale media opgeroepen bij een metrostation te komen feesten. De andere vijf omdat ze geen geldig identiteitsbewijs konden tonen of voor het bezit van alcohol op een plek waar dat niet is toegestaan. En in Uden werd een 15-jarige jongen aangehouden die twitterde over een feestje dat ‘Haren’ moest overtreffen. ‘Kom op, dat kunnen wij beter’, en ‘wij zijn Brabanders!’ twitterde hij. In de tweets werd ook opgeroepen tot het plegen van geweld.

Pedozaak Leiden strandt op inzet van lokpuber

De rechtbank in Den Haag heeft de inzet van een ‘lokpuber’ door de politie onrechtmatig genoemd. De man werd ingezet bij de zoektocht naar een man die werd verdacht van het uitlokken van seks met minderjarigen. De politie maakte een nepaccount aan waardoor de verdachte dacht dat hij met een 13-jarige aan het chatten was. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken. Volgens de advocaat van de verdachte gaat het om een doorbraak. ‘Nu is duidelijk dat de rechter niets ziet in de inzet van een lokpuber om iemand te betrappen’. Het OM zei eerder de zaak als een testcase te beschouwen. De advocaat is kort: ‘We kennen nu het resultaat.’ De VVD heeft in de Tweede Kamer inmiddels al vragen gesteld. Kamerlid Ard van der Steur wil dat het mogelijk wordt om met nepaccounts op sociale media, potentiële kindermisbruikers te identificeren.

Update: Uitspraak staat nu online

Neppiloot opgepakt met facebookpagina

De Italiaanse politie heeft in Turijn neppiloot ‘Andrea Sirlo’ opgepakt. Sirlo gaf zich uit voor piloot, geinspireerd door Frank Abagnale uit de Spielberg-film Catch Me If You Can. Hij had daarvoor niet alleen een uniform, een pet en id-kaartjes maar ook – helemaal 2012 – een (inmiddels verwijderde) facebookpagina en een twitterprofiel waar hij zich First Officer Lufthansa CityLine noemde. Op facebook had hij wel vierhonderd vrienden. Sirlo verklaarde dat Abagnale zijn grote voorbeeld was en dat hij wel eens wilde proberen of het hem ook zou lukken. Naar eigen zeggen lukte het Sirlo ook enkele malen om een vliegtuig te besturen. Sirlo viel op toen een echte piloot hem eigenlijk te jong vond om piloot te zijn. Lufthansa weigert commentaar maar meldt wel dat Sirlo de naam is van een vluchtroute boven Turijn.

VS: man facebookt tijdens gijzeling

Ook nieuw: onderhandelen via facebook bij een gijzeling. In Pittsburgh, VS hield Klein Michael Thaxton (22) vijf uur lang een zakenman gegijzeld. Op facebook schreef hij vanaf het begin over zijn motieven. Hij had ‘alles verloren’ en ‘cant take it no more’. Zijn actie omschreef hij op zijn (openbare) profiel als ‘real shyte’. De gijzelactie, in een kantorenflat, werd opgemerkt, 911 werd gebeld, de politie omsingelde het gebouw maar monitorde ook al zijn berichten. Die werden overal opgepikt en doorgestuurd. Veel mensen konden de gijzeling zo live volgen. En velen reageerden op Thaxtons berichten. ‘Give it up’ en ‘Laat die man vrij’ waren de meestgehoorde reacties. Maar waar zowel de politie als alle toeschouwers als zijn aangesnelde moeder nauwelijks inzicht hadden in zijn motieven, hadden mensen die Thaxton op facebook volgden, dat wél. Tegen zijn vader riep hij dat die ‘never have to woryy about me again’, tegen zijn zus dat hij van haar hield en tegen zijn broer dat het allemaal zijn eigen schuld was. Op facebookers schreven terug dat hij zijn leven weer op de rails moest zien te krijgen, dat ‘God will feel him with joy’ en dat het nog niet te laat was. Na twee uur liet de politie de pagina door facebook offline halen. Volgens korpschef Nate Harper kon facebook de onderhandelingen zowel positief als negatief beinvloeden. ‘Het was goed dat Thaxton kon zien dat mensen ook om hem gaven, maar het leidde hem ook af van onderhandelen met ons’. Volegns Harper was Thaxton meer met facebook bezig dan met zijn slachtoffer. Na vijf uur onderhandelen gaf Thaxton zich over. De zakenman is ongedeerd.

Aanhouding tabletdief via track en trace app

In Eindhoven heeft de politie een man aangehouden die een tablet had gestolen. Niks bijzonders, of toch wel? Ja, want de verdachte kon worden opgespoord omdat de eigenaar op de tablet een track-and-trace systeem had ingebouwd. Daarmee kon hij zien waar het apparaat was en zelfs foto’s nemen van de persoon die met zijn tablet werkte. Het slachtoffer waarschuwde de politie en met hulp van de foto’s konden rechercheurs de juiste flatwoning herkennen: kijk, daar hangen die gordijnen! De verdachte werd direct aangehouden voor diefstal en/of heling.

Haren – the days after

Wat zo aardig begon, liep dus gierend uit de klauwen. De uitnodiging die Merthe Weusthuis verstuurde op facebook, om met wat vrienden en vriendinnen een sweet sixteen party te houden, had grote gevolgen. Ze plaatste een linkje maar miste een vinkje – de limericks vlogen over het net. Ruim dertigduizend mensen schreven aanwezig te zullen zijn, ettelijke duizenden kwamen ook. Aanvankelijk bleef het rustig en ludiek. Er werd gezongen, wat gedanst. Rond negen uur ’s avonds draaide de stemming, blijkt uit duizenden tweets, bijvoorbeeld die van journalist Chris Klomp. De volgende ochtend werden dertig gewonden geteld, bleek voor ruim een miljoen euro schade aangericht en meldde de politie ruim dertig aanhoudingen.
Uiteraard ging én gaat het in de ‘days after’ vooral over de rol van sociale media. Die krijgen de schuld, natuurlijk. Zoals internet altijd de schuld krijgt … Zoals bij Debat op 2 waar eigenlijk alleen internetkenner Francisco van Jole verstandige woorden sprak. Van Jole verwees naar facebookfeestjes die wel goed afliepen, onder meer door slim gebruik van diezelfde sociale media door de politie. (Terugkijken kan hier). Over de rol van de (sociale) media sprak ook socioloog Peter Vasterman. Volgens hem heeft de berichtgeving in de traditionele media escalerend gewerkt. ‘Zolang een bericht over een facebookfeest alleen op internet en de sociale media rondzweeft, is er doorgaans niet zoveel aan de hand. Traditionele media maken een onderwerp pas echt belangrijk’. Met name op enkele radiozenders werd de verjaardag van Merthe wel heel erg opgeklopt. Vasterman verwees naar de rellen in Londen (augustus 2011) waar veel daders aangaven ‘geinspireerd’ te zijn door berichtgeving in de media.

Maar waar het feestje via sociale media was georganiseerd, blijken diezelfde sociale media ook een rol te spelen bij het opsporen van de relschoppers. Zelden zullen van een evenement zo veel beelden beschikbaar zijn. Immers, iedereen heeft een smartphone en is 24/7 aan het filmen en fotograferen. In de eerste uren na de rellen kwamen al meerdere oproepen aan burgers om beelden van de rellen te uploaden naar de politie. En dat gebeurt, blijkt zondagmiddag. De politie ontving tot dusver behalve tweehonderd tips ook al meer dan 2 gigabyte aan beelden. Een woordvoerder zegt dat als mensen herkent worden, of zich zelf niet bij de politie melden, ‘van hun bed gelicht kunnen worden’ of de kans lopen ‘dat ze zichzelf terugzien op beelden in de media of op internet’. Hij beloofde ‘alles uit de kast’ te halen om de daders te pakken. Op dat vermaledijdde facebook is een tegenactie gestart om relschoppers te vinden: op de pagina Project Clean-X Haren staan tientallen foto’s en filmpjes van die relschoppers. ‘Toekijken is te makkelijk’, staat er te lezen. ‘Er is niets dat anderen sneller kunnen afbreken dan dat wij het weer met elkaar kunnen opbouwen’, schrijven de initiatiefnemers. Ook internetexpert Vincert Everts reageerde op de rellen. Met een internetpagina waarop hij foto’s en filmpjes verzamelde.
En wat blijkt verder? Dat veel daders zichzelf ‘aangeven’ door er op facebook of twitter over te reppen. ‘Heb dus blauwe plek van zo’n kanker ME agent’ twittert ene Denzel onder meer. Een andere twitteraar meldde in een tweet zelfs naam en adres van een fietsgooier.

Het was trouwens de eerste keer dat een facebookfeestje in Nederland uit de hand liep. Maar in omringende landen gebeurde dat al eerder – en vaker. Met name in Duitsland zijn gevallen bekend. Het ‘beroemdste’ incident was het feestje van Thessa in Hamburg. Ook zij vergat aan te geven dat het feest privé was. Ruim 16 duizend mensen reageerden, het feestje werd gecancelled maar rond 1600 jongeren kwamen toch. Sommigen al dronken, sommigen overduidelijk op zoek naar rellen. Elf arrestaties en een gewonde agent waren het gevolg. Een ander facebookfeestje in Duitsland liep ook al uit de hand, toen ruim duizend mensen kwamen opdagen in Giessen. Een zwaargewonde moest naar het ziekenhuis, vier mensen werden opgepakt. Maar ook in Engeland liep het fout af, toen Rebecca Javeleau een groep vriendinnen uitnodigde voor haar 15de verjaardag. Zij publiceerde per ongeluk haar adres op facebook, waarna ruim 21 duizend jongeren zich aanmeldden. Het feest werd gecancelled, de politie patrouilleerde de hele avond en nacht in de buurt.

Inmiddels staan op internet meerdere oproepen voor nieuwe feestjes, onder meer in Amersfoort. Een nieuw trendig topic …

Steeds meer valse berichten op sociale media

Nep-likes, niet-bestaande followers en valse reviews —het aantal onechte uitingen op sociale media wordt steeds groter. Volgens onderzoekers van Gartner zal in 2015 maar liefst tien tot vijftien procent van alle likes, tweets en reviews nep zijn. Onderzoekster Jenny Sussin schrijft in ‘The Consequences of Fake Fans, Likes and Reviews on Social Networks’ dat steeds meer marketeers gaan betalen voor positieve content. Met contact geld, tegoedbonnen, acties —alles wordt uit de kast gehaald om extra hits, volgers, kijkers en populariteit te scoren. Zo zijn er al bedrijven die in likes handelen, Likeskopen.nl bijvoorbeeld, dat ook followers op twitter en kijkers op YouTube levert. In de VS heeft de Federal Trade Commission (FTC) al gemeld actie te ondernemen tegen dergelijke bedrijven .

Surveilleren op internet, mag dat eigenlijk wel?

In Justitiele Verkenningen nummer 5 van 2012 schrijven de juristen Bert-Jaap Koops en Jan-Jaap Oerlemans over ‘surveilleren en opsporen in een internetomgeving’. Dat is geen science fiction meer, aldus het duo, want het wordt in de praktijk al op grote schaal gedaan. Maar in hoeverre is deze ‘near real time Internet monitoring service’ voor toezicht en opsporing legitiem? De factoren die door de wetgever en in jurisprudentie zijn ontwikkeld om de grenzen hiervan aan te geven, zijn immers geënt op voorbeelden uit de fysieke ruimte. Koops en Oerlemans vinden deze ‘niet direct goed toepasbaar’ op een internetomgeving waardoor onduidelijk blijft waar die grenzen nu concreet liggen. Dat gebrek aan helderheid is niet alleen onwenselijk voor opsporingsambtenaren –die weten niet hoe ver ze precies mogen gaan– maar ook voor burgers –die weten niet waar ze aan toe zijn. Het draait natuurlijk om de inbreuk op iemands persoonlijke levenssfeer. Levert het verzamelen van gegevens hooguit een beperkte inbreuk of wordt iemands persoonlijke levenssfeer ernstig aangetast? En hoe verhoudt ‘rondkijken op internet’ zich tot het systematisch onderzoeken van informatie op open bronnen op internet? Volgens de auteurs zijn de mogelijkheden van informatievergaring in het kader van surveilleren ‘zeer beperkt’: een enigszins stelselmatige internetaanpak levert al snel een gedetailleerd beeld van iemands leven op. En dat geldt helemaal als de gevonden gegevens in (politie)bestanden worden opgeslagen. Artikel 2 Politiewet is dan onvoldoende, betogen Koops en Oerlemans, die pleiten voor een nieuwe wettelijke grondslag in deze. ‘Het stelselmatig onderzoeken van informatie op internet is echter alleen mogelijk in het kader van een opsporingsonderzoek, met gebruikmaking van daartoe geëigende bevoegdheden als stelselmatige observatie’. En ‘als we willen dat de politie ook op internet systematisch uitgebreid moet kunnen surveilleren, is daartoe eerst de wetgever aan zet’. Zolang die wetten er nog niet zijn, kunnen advocaten ‘met een actieve proceshouding eventuele vormverzuimen bij internetsurveilleren of opsporen op internet’ aan de kaak stellen en kunnen rechters zich daar vervolgens over uitspreken.