Plasterk wil chat-apps en wifi-hotspots kunnen aftappen

Volgens een vertrouwelijk document dat in handen is van de NOS, wil de overheid nóg meer gaan aftappen. Ook chat-apps en wifi-hotspots moeten afgetapt kunnen worden, aldus het wetsvoorstel van de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Minister Ronald Plasterk geeft daarin als voorbeeld het aftappen van al het internetverkeer tussen Nederland en Syrië maar in het document staan ook andere voorbeelden, zoals het onderscheppen van ál het internetverkeer tussen een bepaalde stad en een chatdienst. Op deze nieuwe aftapwet is al veel kritiek, zowel vanuit de kamer als van privacy- en burgerrechtenorganisaties als Bits of Freedom. Woordvoerder Ton Siedsma van BoF zegt geschokt te zijn. ‘We vreesden al voor een sleepnet, en dat lijkt ook uit te komen. Daar gaan ontzettend veel onschuldige mensen in terechtkomen’. Het document spreekt van ‘maximaal 200 mensen van wie het internetverkeer moet worden doorzocht’ maar gezien de populariteit van apps als Whatsapp en Telegram, gaat het natuurlijk om veel grotere aantallen. Ook met het aftappen van openbare wifi-hotspots, bijvoorbeeld in de trein of op grote stations, is de kans groot dat duizenden mensen worden getapt. Ook D66-Kamerlid Kees Verhoeven vreest voor een sleepnet. ‘De vraag is bovendien of dat effectief is, want al die data moeten ook worden geanalyseerd’. Hij spreekt van een hooiberg die steeds groter wordt, waardoor zoeken naar een naald moeilijker wordt. ‘Niet de grootte van de hooiberg is het probleem, maar het omgaan met die gigantische berg aan data’. Er zijn ook mensen die denken dat het allemaal wel meevalt. ‘Bij grote chat-apps kan de geheime dienst niet meekijken omdat die encrypted zijn’, zegt hoogleraar ict-beveiliging Bart Jacobs. In het wetsvoorstel staat overigens ook dat bedrijven moeten meewerken aan het ontsleutelen van data waardoor geheime diensten tóch – tot op zekere hoogte – kunnen meekijken. Het ministerie zelf reageert met verwijzingen naar rechters, speciale commissies en officieren van justitie die toestemming moeten geven om onderschepte data te mogen gebruiken.