“Jongeren herkennen geen nepnieuws en dat is gevaarlijk”

Ja maar, het stond toch op facebook? Het massaal delen en verspreiden van nieuws en nepnieuws op sociale media als facebook heeft er voor gezorgd dat veel jongeren het verschil tussen zin en onzin niet meer kunnen herkennen. Onderzoek onder Amerikaanse scholieren, uitgevoerd door de Stanford University, leert dat 82% van de ondervraagden het verschil niet (meer) ziet tussen een nieuwsbericht en een advertorial. Driekwart kon een tweet van tv-zender Fox niet onderscheiden van een tweet van een nepsite. Volgens experts heeft dat te maken met een nog onderontwikkelde prefrontale cortex – het deel van de hersenen dat reflecteert op het waarheidsgehalte. Ook in Nederland laat onderzoek zien dat jongeren gevoelig zijn voor nepnieuws. ‘Zelfs als jongeren weten dat iets nep is, kunnen ze het als echt ervaren’. Dat soort ervaringen laat, als ze eenmaal volwassen zijn, hun sporen na, zegt VU-hoogleraar mediagebruik Elly Konijn. ‘Als je tussen je 12e en 18e veel nepnieuws hebt gelezen en voor waar hebt aangenomen, geloof je dat op je 30ste waarschijnlijk nog’. HVA-lector nieuwe media Geert Lovink betwijfelt dat. Hij spreekt van een maatschappelijk probleem: ‘grenzen tussen nieuws, nepnieuws en advertenties lijken steeds meer te vervagen’. Zoekmachines spelen daarbij een belangrijke rol: welke van die duizenden hits verwijst naar écht nieuws en welke naar een nepsite? Onderwijs moet hier een oplossing bieden, vindt zowel Konijn als Lovink. ‘Het is heel belangrijk om kinderen en jongeren voortijdig vaardigheden aan te leren om met media om te gaan en te beoordelen wat wel en niet klopt’. En dat moet beginnen op de basisschool – mediawijsheid als verplicht vak.

Advertisements