Gevaren van sociale media surveillance

Volgens Buro Jansen & Janssen staat de ‘in opdracht van politiediensten uitgevoerde sociale media surveillance op gespannen voet met de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering en betoging’. In een artikel in Ravage, naar aanleiding van het naderende referendum voor de WIV 2017, gaat het over het gebruik van tools als Coosto, Obi4Wan en HowAboutYou, van oudsher tools voor reputatiemanagement, waarmee de politie echter ook online ‘surveilleert’. Dat is zowel logisch – sociale media zijn een belangrijk bron bij osint – als verontrustend. De tools claimen aan sentiment analyse te doen maar de vraag is of waarop die dan gebaseerd is. ‘Het is de vraag in hoeverre [sentiment analyse] bijdraagt aan de effectiviteit van politiewerk, of vooral bijdraagt aan het ongefundeerd verdacht maken van (groepen) mensen’. Volgens het buro is het ‘verontrustend dat de politie geen kritische kanttekeningen plaatst bij de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de sentiment analyse’. Ook lijkt de politie, volgens het buro althans, zich niet bezig te houden met de vraag ‘hoe sociale media surveillance zich verhoudt tot de grondrechten van haar burgers’. De politie mag immers niet ongelimiteerd persoonsgegevens verzamelen, verwerken en bewaren. Maar door genoemde tools ‘omzeilt de politie deze wettelijke beperkingen’. Geen van de genoemde bedrijven heeft het verwerken van persoonsgegevens echter gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. ‘De surveillance trein dendert voort’, schrijven de onderzoekers dan ook.

Advertenties