Door kinderporno “voelde ik me minder alleen”

De rechtbank Den Haag heeft begin maart een man (31, uit Den Haag) veroordeeld tot een half jaar onvoorwaardelijke celstraf, acht maanden voorwaardelijk, verplichte therapie en dito controle van zijn internetgedrag. Verdachte Ricardo had meer dan veertigduizend foto’s en video’s in bezit, voor de helft met baby’s. Het AD omschrijft hem als ‘een wat sullige man’ die moeite had met het maken van vriendjes en die in de scouting nog een uitlaatklep vindt. Een speurtocht naar contact en aandacht brengt hem naar het darkweb. Daar vond hij ‘wisselgeld’: als hij materiaal opstuurde, kreeg hij contacten. De man is, schrijft de krant verder, een van de vele honderdduizenden downloaders die, omdat de politie het werk amper aan kan, vaak de dans ontspringen. ‘We zijn maar met 150, we kunnen niet alles’, zegt politiewoordvoerder Robbert Salome. ‘We focussen op actueel materiaal en proberen die zaken op te pakken waarbij mogelijk het misbruik van kinderen nog gaande is’. Tussen 2012 en 2018 werden op deze manier ruim 1300 slachtoffers geïdentificeerd, in 2018 al 185. Volgens Salome gaan de makers steeds professioneler te werk: er wordt niet meer gesproken in filmpjes, het misbruik vindt plaats in ruimtes waar geen enkel detail meer te zien is en er zijn steeds meer livestreams. ‘Je moet flink betalen om te kijken maar zodra het afgelopen is is het ook weg’. Voor relatief simpele zaken als die van Ricardo blijft dan minder politietijd over, ook bij het OM. De Indigo-afdoening is daar een gevolg van: de strafzaak tegen de downloader wordt geseponeerd als deze zich laat behandelen en zijn computer jarenlang laat controleren.