Facebook-oproep om “ratten” te vangen in Zaandam

Terwijl de politiebonden pleiten voor extra bevoegdheden en nieuwe wetten tegen al dan niet vloggende (hang)jongeren, en vlogger Ismail Ilgun voorlopig blijft vastzitten voor opruiing, was op facebook deze week een paar uur lang een evenement te vinden voor mensen die zaterdag in Zaandam ‘ratten willen vangen‘. Op de pagina – ruim tweeduizend mensen zeggen al te komen – wordt een ‘dringende oproep’ gedaan om ‘de wijk te ontdoen van een aantal vieze smerige ratten’. Daarbij zijn ‘alle middelen toegestaan om de wijk vrij te krijgen van deze smerige diersoort’ die te herkennen is ‘aan hun flinke jaakneus en ingevallen magere lichaam’. De (snel weer verwijderde) pagina, opgericht door ene Maar Ten, refereert ook aan de Dam Tot Damloop die dit weekende in Zaandam wordt gehouden waardoor ‘de ongediertebestrijding het momenteel te druk heeft’. Het evenement krijgt niet alleen positieve reacties: een enkeling verwijst naar het schoonvegen van de Dam in 1970, anderen bekritiseren het ‘eigen rechtertje spelen’.
Aan de andere kant van het spectrum roept ACP-woorvoerder Gerrit van de Kamp om extra bevoegdheden voor agenten om overlastgevers aan te pakken. ‘De manier waarop deze mensen zich op camera gedragen tegenover agenten moet strafbaar worden’, vindt Van de Kamp die een gebiedsverbod onvoldoende vindt. ‘Dat betekent dat de jongeren wel een boete kunnen krijgen, maar niet dat ze wegblijven uit de omgeving’. Hij pleit voor een afkoelingsperiode van 24 uur: overlastgevers mogen dan 24 uur ‘afkoelen’ op het bureau. Ze krijgen geen boete maar ‘de wijk ziet wel dat de politie actie onderneemt. Nu kan dat soms wel weken of maanden duren’.

Online is “dé plek om online paniek te bezweren”

‘Airport Panics Will Keep Happening’. En ‘the place’ om die paniek te bezweren, is internet. Dat schrijft Wired
in een mooi verhaal over de rol die ‘online’ hoort te spelen als er ergens in de openbare ruimte paniek uitbreekt, naar aanleiding van een geruchten over een shooter op JFK Airport in Los Angeles. Daar begon net – zoals zo vaak – met een paar tweets, over een ‘JFK Shooter’. Die werden al snel trending, met alle gevolgen van dien. Waar de een al riep over doden en ontploffingen, twitterde de ander dat zelfs de aanwezigheid van een man met geweer nog niet eens bevestigd was. Maar de paniek was groot: mensen lieten bagage achter en renden weg, auto’s stonden verlaten op de aanrijroutes, vliegtuigen bleven aan de grond en overal verschenen politieagenten. Maar die wisten niks, die zeiden niks én die twitterden niks. Terwijl twitter, facebook, Instagram en al die andere sociale media volstroomden met foto’s en videos, met ooggetuigeverslagen, met angsttweets. Niks aan te doen? Jazeker wel, zegt onder meer Joshua Marks van luchtvaartadviseur Global Eagle. Luchthavenautoriteiten, politie en overheden kunnen wel degelijk iets met deze ‘socially driven panic’, namelijk proberen de regie te pakken in al die uitingen van burgers. Bij sociale media, stelt Marks, zijn er geen auteurs – eigenlijk is iedereen auteur, maar niemand bezit de autoriteit om naar te luisteren. Terwijl degenen die dat wel hebben, zwijgen – of althans niets zeggen op die sociale media. Terwijl: als er online paniek uitbreekt, moet je die online tegengaan. Makkelijk is dat niet, geeft Marks toe, en het blijft zoeken naar de juiste manier en toon. Maar niks doen, dat kan echt niet meer.

“Gemeenten te laks bij online misdaad”

Veel gemeenten in Nederland hebben geen idee wat ze op internet kunnen doen als inwoners zich schuldig maken aan online misdaad, opruiing en belediging. Waar de samenleving steeds digitaler wordt, gaan gemeenten daar niet in mee, schrijven de onderzoekers Sander Veenstra en Wouter Stol van het lectoraat Cybersafety van NHL hogeschool. Stol spreekt van een ‘blinde vlek voor wat er online gebeurt en wat ze daar aan kunnen doen’. Met het gevaar dat dat ze zichzelf als veiligheidspartner ‘uiteindelijk overbodig maken’. Ze snappen nog maar weinig van hun ‘online gereedschapskist’, denken alleen in fysieke grenzen en te weinig aan hun online mogelijkheden. De onderzoekers willen dat burgemeesters hun bevoegdheden ook online gaan inzetten, om te voorkomen dat ‘een steeds groter wordende vorm van criminaliteit gewoon voortbestaat.’ Voorbeelden zijn het uit de lucht halen van websites of het opleggen van een verbod om een bepaalde website te bezoeken. ‘Dat is helemaal niet moeilijk te handhaven’, aldus Stol die vreest dat het ‘blijkbaar eerst moet misgaan’, zoals met Project-X in Haren. De onderzoekers vinden dat OM en politie al wél offensief bezig zijn met online criminaliteit.

Offensief tegen cyberpesters

De politie Noord-Holland gaat, in een pilot, internetpesters ‘harder aanpakken‘ door ze thuis te bezoeken. De pesters moeten er rekening mee houden dat aangiften tegen hen beter worden opgepikt, aldus het plan. Het gaat om een proef die bij succes landelijk wordt ‘uitgerold’. Cyberpesten is vanouds een probleem, zowel voor de slachtoffers als voor de politie. Veel aangiften en meldingen blijven liggen, vaak ontbreken de juiste juridische bevoegdheden, daders blijven relatief anoniem en er is gebrek aan capaciteit en prioriteit. Fred Ootes, teamchef van de unit cybercrime, zegt dat het cyberteam nu agenten in de basisteams gaat helpen bij de onderzoeken. ‘Agenten worden ook getraind in het stellen van de juiste vragen’. Ootes spreekt van een inhaalslag die hard nodig is. ‘Te veel zaken belanden tussen wal en schip’.

Facebook “is thermometer na een ramp”

Dat ambtenaren in Den Haag in de dagen na de ramp met MH17 ‘nauwlettend’ sociale media in de gaten hielden, is niet verrassend. volgens Wouter Jong, adviseur crisisbeheersing bij het Genootschap van Burgemeesters, zijn die sociale media ‘aan het begin van een crisis een goede thermometer’. Op die media overheerste in die periode niet alleen medeleven maar ook werd er al volop gespeculeerd over de oorzaak en de daders. Een analyse van alle berichten leert dat er op Nederlandstalige sociale media vooralsnog geen claims dan wel ‘juichreacties’ binnenkwamen. Jong zegt tegen de NOS dat het volgen van sociale media bij rampen of crises ‘min of meer standaard’ is geworden, onder meer om de communicatie daarop af te stemmen. Toen MH17 werd neergehaald, vreesden ambtenaren met name voor onrust vanwege de onmacht van Nederlandse hulpverleners. Veel mensen vroegen zich af of er in Den Haag nog wel wat gebeurde. En dan ‘moet je iets met zo’n sentiment’. Sociale media zijn daarbij niet leidend, stelt Jong. ‘Zo is lang niet iedereen actief op Twitter of Facebook en het is haast onmogelijk om ieder bericht te lezen. Maar je kunt die informatie filteren en er een analyse op draaien. Het geeft een indicatie van het algemene sentiment’.

Al vijf relschoppers bekerfinale meldden zich na publicatie foto’s

Van de veertien relschoppers waarvan de foto’s deze week door de politie online zijn gezet, hebben zich er al vijf bij de politie gemeld. De veertien zouden betrokken zijn geweest bij de rellen rond Feyenoord-FC Utrecht, de bekerfinale van april jl. Bij die rellen raakten onder meer drie agenten gewond en werden 59 supporters opgepakt. Politiewoordvoerder Bernard Jens zei dat eerder al een ‘duidelijke oproep’ is gedaan aan de relschoppers om zich te melden. ‘En meld je je niet, dan gaan we beelden tonen’. De foto’s van de supporters die zich nog niet gemeld hebben, staan nog online.

Duitsland: Politie vindt “Facebook geen serieuze bron”

Facebook is voor de Duitse politie geen serieuze bron, zegt een woordvoerder van de Polizei Borken. ‘Er staat veel op dat niet klopt’. En daarom duurde het precies een maand voordat informatie over de diefstal van drie alpaca’s tussen de polities van Winterswijk en Borken werd uitgewisseld. De dieren waren eind juli gestolen uit een weiland in de grensplaats Vreden. De trailer waarin de dieren werden vervoerd, werd nog dezelfde dag gevonden in Winterswijk. Dat nieuws werd volop gedeeld op facebook maar niet door de polities. De eigenaar van de alpaca’s spreekt daar schande van. ‘Voor de politie is dit kennelijk slechts een futiliteit’. De Duitse woordvoerder zegt dat er fout gemaakt moet zijn maar benadrukt dat er op facebook vooral ‘veel staat dat niet klopt’.